Nov '21 - Kunnen huisdierfoto's de wereld redden?



Op naar een geweldloos internet...

Is de tijd rijp om het internet te gaan reguleren?


Vorige maand richtten alle kranten en burgerorganisaties zich op sociale mediabedrijf Facebook (nu: 'Meta'). De documenten gelekt door Frances Haugen over Facebooks polarisatiestrategie deden heel wat stof opwaaien. En niet alleen in de pers was dit het geval, maar ook in de politiek. Niettemin was de lek in oktober niet de eerste reden voor alarmbellen bij wetgevers. Sinds het Cambridge Analytica-schandaal in 2016 hebben verschillende stemmen in het publieke en politieke debat gepleit voor meer regulering van het internet en sociale media. Die pleidooien krijgen nu stilaan vorm in concrete wetsvoorstellen.


In het Verenigd Koninkrijk schakelde het parlement een versnelling hoger om voortgang te maken met de Online Safety Bill: een nieuwe wetgeving die online content beter moet gaan reguleren. De regulering van het internet en sociale media heeft de laatste jaren steeds meer aandacht gekregen vanwege toenemende controverses rond online (verbaal) geweld, fake news, etc. De wetgeving zou van toepassing zijn op alle digitale platformen die hun gebruikers toelaten eigen content te posten – denk aan een tweet op Twitter, een foto op Facebook of een video op YouTube of Instagram. Deze platformen zouden door de wet verplicht worden hun gebruikers te beschermen van schadelijke inhouden. Daarmee wordt bedoeld: (1) illegale inhouden zoals kinderpornografie, haatdragende en racistische boodschappen, (2) inhouden die niet schadelijk kunnen zijn voor kinderen; en (3) inhouden die legaal maar schadelijk zijn voor volwassenen.


Voor velen lijkt deze poging om het internet te reguleren, en haar gebruikers te beschermen van schadelijke inhouden, een vanzelfsprekende keuze. Nochtans zijn er stemmen die het internet tot een 'rechten- en plichtenvrije omgeving' verklaren. Al in 1996 publiceerde John Perry Barlow van de Electronic Frontier Foundation (een vzw die strijdt voor fundamentele vrijheden op het internet) een "Declaration of the Independence of Cyberspace". Hierin beargumenteert hij dat het internet geen plaats is waar een rechtssysteem van toepassing kan zijn: 'Cyberspace consists of transactions, relationships, and thought itself, arrayed like a standing wave in the web of our communications. Ours is a world that is both everywhere and nowhere, but it is not where bodies live.' Hierin schuilt een 'digitaal dualisme': de veronderstelling dat het internet en de échte (fysieke) werkelijkheid twee aparte werelden zijn die niet met mekaar interfereren. De afgelopen decennia is duidelijk geworden dat deze filosofische positie niet langer houdbaar is. Hoewel we inderdaad ons lichaam deels achterlaten wanneer we het internet opgaan, wilt dat niet zeggen dat wat er op het internet gebeurt geen effect kan hebben op ons lichaam. Het zal dus aan de wetgevers zijn precies na te gaan wat die effecten zijn en hoe we die kunnen vermijden, indien nodig.


Een plant voor iedere huisdierfoto die je post...

Wat is daar nu mis mee?


Als je op Instagram zit, kon je er haast niet naast kijken. Plots deelde iedereen een foto van hun huisdier op hun stories. De reden? Een nobele belofte van de pagina van Plant A Tree Co.: 'We'll plant one tree for every pet picture.' Klinkt goed, en makkelijk! Tot deze trend uit de hand begon te lopen en zich razendsnel ging verspreiden over heel de wereld. De organisatie reageerde: 'We beseften onmiddellijk dat het te groot zou worden en dat we niet de middelen hebben om die bomen te planten, en we hebben onze post na 10 minuten gedeletet. Maar desondanks bleven de foto's zich buiten onze controle om verspreiden' (VRTNWS, 9 november 2021). Geen verrassing voor zij die het internet goed kennen.


Gelukkig startte Plant A Tree Co. dan toch een inzamelactie om 1,3 miljoen dollar te kunnen besteden aan het planten van bomen. Ja, daar sta je dan met je huisdierfoto. Of heb je toch bijgedragen aan een goed doel door het te delen? Door het creëren van een breder bewustzijn over de nood om bomen te planten, bijvoorbeeld? Sinds de opkomst van sociale media (nu zo'n 15 jaar geleden) zien we wekelijks dit soort activistische tussenkomsten verschijnen op het web. Sociale media maken het heel gemakkelijk om mee te vechten voor een betere wereld, een probleem aan te kaarten, of geld in te zamelen voor een goed doel.


Of is er meer aan de hand? Wel, volgens auteur-activisten Micah White en Malcolm Gladwell brengt dit soort handelingen de nood aan 'écht' activisme in gevaar. Gladwell schreef hierover in 2010 een invloedrijk essay in The New Yorker met als titel: "Small Change. Why the revolution will not be tweeted." In hetzelfde jaar publiceerde Micah White een opiniestuk in The Guardian: "Clicktivism is ruining leftist activism". Met clicktivism (of ook wel slacktivism, couch activism, enzovoort...) verwijzen de auteurs naar het fenomeen dat de drempel om deel te nemen aan activistische bewegingen zodanig laag wordt, dat mensen niet meer gepusht worden om écht actie te ondernemen. Je kan nu snel een petitie tegen racisme of fossiele brandstoffen ondertekenen, zonder er ook voor op straat te komen. Dit is een probleem volgens critici zoals Evgeny Morozov: het geeft namelijk de indruk dat je alle sociale en politieke problemen kan oplossen met een klik op sociale media. Bij de trouwe lezer, zal hier een belletje rinkelen, want: technologie zal ons niet zomaar redden (mythe #1).


Zijn Gladwell, White en Morozov te negatief? Veronderstellen zij ook niet zelf al een soort technologisch determinisme, wanneer ze zeggen dat sociale media zelf al 'écht' activisme onderuithaalt? Is die tegenstelling tussen écht (offline) activisme en online slack-, click- of couch activisme wel zo sterk? Hoe zie jij dit in je eigen omgang met sociale onrechtvaardigheid?


Virtual Reality gaat ons leven veranderen...

of is dat dik overdreven?


Ondertussen zet Big Tech hun plannen verder om Virtual Reality diepgaand te integreren in ons dagelijkse (niet-virtuele) leven. Een opiniestuk in De Tijd (13 november 2021) luidt dat het onderscheid tussen de reële werkelijkheid (wat dat ook mag zijn) en virtuele werelden razendsnel aan het verdwijnen is. Vorige maand zagen we al dat Facebook grote plannen heeft om een soort 'Metaverse' te bouwen: een VR-uitbreiding van bestaande sociale media, waarin je met andere mensen aanwezig kan zijn in een digitale ruimte. Daarnaast lanceerde Cisco, een Amerikaans tech-bedrijf, een tool dat je virtueel laat vergaderen met andere mensen alsof je écht in dezelfde ruimte zit: Webex Hologram. De nieuwigheid van deze tool zit hem in het gebruik van 'hologrammen': een techniek om driedimensionale afbeeldingen van een object (of mens) te maken. Met behulp van licht kan je dan dat 3D-object laten schijnen in de ruimte, bijna alsof dat object er echt aanwezig is.


Metaverse en Webex Hologram lijken goede voorbeelden van wat men vaak 'disruptieve technologieën' noemt. We spreken van 'disruptie' wanneer een nieuwe technologische uitvinding de markt en de samenleving zodanig op zijn kop zet, dat het een fundamentele breuk veroorzaakt. Denk hierbij aan de uitvinding van de GPS: wie zoekt nog de weg met behulp van een – waanzinnig ongemakkelijke en veel te grote – landkaart? Wie surft niet eerst kort even naar Google Maps om te kijken waar je precies naartoe moet en hoe? Volgens Nicolas Vereecke, een Brusselse investeerder, zullen ook Metaverse en Webex Hologram zo'n diepgaande impact hebben om onze samenleving en ons denken: 'Waarom geen kerstfeest in de metaverse als je familielieden verspreid over de wereld leven? Ik zie het zeker gebeuren' (De Tijd, 13 november 2021)


Volgens professor filosofie Lode Lauwaert (KU Leuven) mogen we ons niet zo snel laten meeslepen door dit soort enthousiasme. Het woord 'disruptie' wordt volgens hem vaak gebruikt als verkooptruc: hoe 'disruptiever' de technologie, hoe meer aandacht het krijgt en hoe meer succes het zal hebben bij investeerders. De belofte, of het geloof, dat een technologische ontwikkeling zoals Metaverse onze samenleving diepgaand zal veranderen is immers gegrond in een vorm van technologisch determinisme (ja dat weer). Het draagt in zich een soort voorspelling over de toekomst, en in het bijzonder over hoe mensen zullen omgaan met technologie. Maar het verleden leert ons dat we zo'n voorspellingen vaak moeilijk kunnen maken. Voor meer van dit soort nuanceringen en voorbeelden kan je terecht bij Lauwaerts gloednieuwe boek Wij, robots (Uitgeverij Lannoo).*



*Wil je eens proeven van wat er in dit boek allemaal te grabbelen valt? Kom dan naar onze BOEKVOORSTELLING met Lode Lauwaert zelf! Op 13 december gaan we in gesprek met de auteur over de filosofische vragen die digitalisering oproept en over de vele mythes die daarrond bestaan.