Maart '22 - Wat oorlog in digitale tijden ons leert

De afgelopen maand werden we getroffen met een reeks beelden en nieuwsberichten, waarvan velen van ons wellicht nooit gedacht hadden ze ooit te moeten zien. De wereld is, ook vandaag, lang niet zonder oorlog. Toch voelde het plots heel dichtbij wanneer Rusland Oekraïne binnenviel en militaire wapens inzette om centrale gebieden te veroveren. De manier waarop die oorlog vandaag gevoerd wordt toont opnieuw dat we in een tijdperk leven doordrongen van digitale technologie. In het actua-overzicht van de maand maart zetten we onze filosofische bril op om te kijken naar wat er precies aan het licht komt door die ingang van digitale technologie in oorlogsvoering (of toch twee kleine aspecten van dat grote verhaal).


Hoe anonimiteit een politiek wapen werd


Het hoeft niet de verbazen dat de oorlog tussen Rusland en Oekraïne in deze tijd gepaard gaat met een soort informatieoorlog of ook wel: 'cyberwar'. Eigenlijk is dat niet zo nieuw. Al jarenlang gebruiken Russische hackers cyberaanvallen en spionagesoftware om de Oekraïense economie te saboteren. Zo werd in december 2016 de hoofdstad Kiev het slachtoffer van een Russische cyberaanval waardoor alle lichten in de stad plots uitvielen. Daarnaast zien we een grote informatie-oorlog vol misinformatie. Precies daartegen verzet het internationale collectief Anonymous zich sinds 2004. Anonymous, bekend van hun gebruik van Guy Fawkes maskers, is een groepering van hackers en activisten die de strijd aangaan met overheden, organisaties en bedrijven voor het weerleggen van fake news en het onthullen van illegitieme geheimen. Dit doen ze onder andere door geheime data bekend te maken en cyberaanvallen uit te voeren als drukkingsmiddel.


Anonymous werd wereldwijd bekend met hun aanval op de spirituele beweging (of volgens velen: de sekte) Scientology in 2008. Dat gebeurde vooral door een YouTube-video waarin we een vermomde persoon via een computerstem waarschuwt dat Scientology van het internet verbannen zal worden. Recenter zagen we reacties vanuit Anonymous op de Trump-campagne in 2016 en een steunbetuiging voor de Black Lives Matter beweging na de moord op George Floyd in 2020. Ook Rusland bleef niet gespaard van de tactieken van Anonymous als reactie op hun oorlog met Oekraïne. Wanneer plots belangrijke Russische overheidswebsites en de staatstelevisie gekaapt worden, kwam Anonymous al snel op als dader van de inbreuk. Niet veel later verklaarden ze officieel de (cyber)oorlog aan Rusland in een tweet:

De sterkte van Anonymous ligt in hun schijnbaar ongeorganiseerde en onidentificeerbare karakter. Ze zijn, zoals je al wel kon raden, anoniem. In deze tijden écht anoniem zijn op het web is echter een kunst. De vroege fase van het World Wide Web, ook wel 'Web 1.0' genoemd liet gebruikers nog toe van hun online anonimiteit te genieten. Dat was voor velen zelfs een bevrijding: op het internet hoef ik niet te zijn wie ik 'echt' ben. Je kan andere genders aannemen, een ander uiterlijk, een andere spreekstijl,... Sinds de opkomst van sociale media zijn we steeds minder belang gaan hechten aan anonimiteit, maar net aan identiteit en authenticiteit. Plots worden we allen verwacht uit te pakken met wie we écht zijn, onze ware zelf, en deze tot uitdrukking brengen op ons Instagram-profiel. Facebook verplicht je te bekennen welk gender je hebt, wat je echte naam is en wat je echte geboortedatum is. Hiermee waren we beland in 'Web 2.0'. Met de opkomst van slimme algoritmes, en daarmee 'Web 3.0' wordt anoniem blijven helemaal onmogelijk. Cookies volgen en tracken voortdurend je online gedrag tot in de kleinste details, zodat ze precies weten wat voor iemand jij bent. Deze informatie is geld waard, want zo weten bedrijven hoe ze je precies kunnen overtuigen tot het kopen van hun product. Anonimiteit is hier dan ver zoek.


Het hackerscollectief Anonymous verzet zich sterk tegen deze ontwikkeling. Wat het doet is gebruik maken van informatietechnologie en hacking als een vorm van politiek protest. Voeg de woorden hacking en activisme en je krijgt: 'hacktivisme'. Helaas is dat soort verzet niet iedereen gegeven. Jezelf anonimiseren en die kracht gebruiken om het goede te doen vereist immers een erg diepgaande technische kennis over hoe het internet precies werkt. Zo ontstaat er een nieuw klassenonderscheid: zij die toegang hebben tot die kennis, en zij die dat niet hebben. Die strijd tussen identiteit en anonimiteit maakt van het internet een centrale plek voor politiek conflict en zelfs oorlogsvoering vandaag de dag.


Kan je een overdosis empathie hebben?


Vanaf dag 1 van de Russische inval in Oekraïne werden we overspoeld met beelden die tonen hoe erg het eraan toe is in de Oekraïense steden en dorpen. Onschuldige burgers worden aangevallen met bommen en raketten, huizen worden vernield, en kinderen moeten schuilen voor hun leven. Het zijn beelden die wat met je doen als mens. Soms doet het zo veel dat we in actie schieten om het leed dat wordt afgebeeld te verzachten. Dat soort reacties noemen we vaak 'empathie'. Toch lijkt het moeilijk om onze aandacht voor dat soort beelden langdurig te behouden. Kort na een gebeurtenis voelen we vaak sterke empathie met slachtoffers, maar na een tijd lijkt die stilaan te vergaan en vergeten we soms dat die slachtoffers nog steeds bestaan. Het lijkt alsof er een grens is aan ons empathisch vermogen. Hoe komt dat?


'Empathie' is het vermogen om je in te leven in een moeilijke situatie van een ander persoon. Soms leidt dit ook tot 'compassie' of 'mededogen'. Dan spreken we over het verlangen om het lijden van die ander ook te verzachten, en daar zelf een actieve rol in te willen opnemen. Empathie zet dus soms aan tot handelen, en dat is vaak ook waar de oorlogsbeelden die we nu dagelijks te zien krijgen soms in slagen. Ze tonen dat er een echte nood is aan hulp. Een beeld kan dus heel wat doen met een mens. Het kan iemand ertoe brengen te doneren aan hulporganisaties, kleren op te sturen, of een vluchteling onderdak te bieden. Maar als ons inlevingsvermogen 'overprikkeld' wordt, dan haken we soms af. In het tijdperk van televisie en sociale media, waarin we dagelijks en zelfs elke minuut als we willen, geconfronteerd worden met beelden van slachtoffers, krijgen we soms een overdosis aan eisen om onze empathie in het werk te stellen. Met andere woorden, we zijn 'empathie-moe', zo schreef Arthur Eaton enkele jaren geleden in De Groene Amsterdammer (2019).


Dit inzicht brengt potentieel een gevaar met zich mee. Zoals Arthur Eaton stelt, soms gebruiken we het om onszelf te verlossen van dergelijke beelden en nieuwsberichten, en daarmee onszelf te verlossen van onze empathie en de schuld die we voelen als we niets ondernemen om leed te verzachten. Zo belanden we volgens hem in een narcistische cultuur. Volgens de Nederlandse schrijver Guus Pijpers ligt de oplossing in het wijs omgaan met de informatie die we dagelijks consumeren. Die oplossing reikt hij aan in zijn boek Op informatiedieet: Naar een beter gebruik van informatie (2007). Pijpers ziet in dat boek een interessante parallel tussen eten en informatie. Ze hebben namelijk gemeen dat als je er te veel van consumeert, je dat geen goed doet. Het doel van voedsel is immers niet om louter véél te eten, maar net om gebalanceerd, gevarieerd en gezond te eten. Zo gaat dat ook met informatie: denk eens na over wat je precies opneemt als je scrolt op sociale media, of je voldoende variatie binnenkrijgt en, belangrijk, of je dat goed doet. Een wijze omgang met informatie kan je vaak op weg helpen naar een wijze omgang met met jezelf, maar ook met de wereld.