Feb '22 - Over cryptokunst, anti-ageing en veel geld

NFT's en cryptokunst: een nieuw hoofdstuk in de kunstgeschiedenis?


De kunstwereld stond even op zijn kop wanneer Sotheby's, een van de meest gerenommeerde veilinghuizen in de wereld, een veiling aankondigde van 104 'CryptoPunks'. Deze kleine, digitale kunstwerkjes betreffen een reeks cartoonachtige afbeeldingen van mensenhoofden, die op het eerste zicht weinig artistieke waarde hebben. Maar vergis je niet, de opbrengst voor deze veiling wordt geschat op maar liefst 20 tot 30 miljoen dollar.


Wat maakt hen zo speciaal? Om dat te begrijpen, moet je weten dat het gaat om zogenaamde Non-fungible tokens (NFT's) of in het Nederlands: niet-vervangbare tokens. Dat maakt ons niet meteen wijzer. NFTs zijn digitale objecten die verbonden zijn aan een unieke code bewaard op een zogenaamde 'blockchain'. Dat doet iets bijzonders. Terwijl digitale objecten normaalgezien in principe eindeloos gekopieerd kunnen worden, stelt een NFT iemand in staat 'eigenaar' te worden van een digitaal object.


Deze nieuwe technologie groeide in 2021 uit tot een ware hype, niet in het minst in de mode- en kunstwereld. De 104 CryptoPunks die onder de virtuele hamer gaan bij Sotheby's zijn ook voorbeelden van NFT's, of anders gezegd: cryptokunst. Ook sportmerken zoals Nike en Adidas aan de slag om 'virtuele sneakers' op de markt te gooien. Ook stukken 'grond' in virtuele werelden worden voor veel geld verkocht. Zo bracht 'virtueel vastgoed' in een week tijd in december 2021 maar liefst 106 miljoen dollar op. Het kan nog gekker: de wereldbekende "Rainbow Cat", een filmpje dat je heel gemakkelijk gratis en eindeloos kan bekijken op YouTube, werd verkocht voor maar liefst $600.000.


Volgens Sotheby's kondigt dit een nieuwe ontwikkeling aan in de geschiedenis van artistieke producties. Daar spelen ze graag op in. Naast hun fysieke tentoonstelling in New York, organiseerde het veilinghuis een 'virtuele tentoonstelling' in de virtuele wereld van Decentraland. [Wie nieuwsgierig is, kan gratis als gast de tentoonstelling gaan bekijken via deze link. Deze vind je op de coordinaten 52-83.]

De veranderende rol van kunst houdt filosofen al langer bezig dan vandaag. In 1935 schreef Walter Benjamin een essay over "Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid". Daarin beschrijft hij een opmerkzame transformatie in de kunstwereld. Terwijl 'oude' kunstwerken zoals de schilderijen van Leonardo da Vinci hun waarde onttrekken aan het feit dat ze 'unieke' en 'originele' werken zijn, hebben foto's of films geen uniek bestaan meer. Dat is nog sterker het geval met digitale kunstwerken: digitale bestanden zijn in principe altijd kopieerbaar, aangezien ze bestaan op basis van codetaal. De rol van kunst is daarom niet meer om een uniek exemplaar te maken van iets, maar om het 'tentoonstelbaar' te maken voor een breed publiek, aldus Benjamin.


Het lijkt erop dat NFT's een terugkeer aankondigen naar oude kunstvormen met een uniek bestaan. Maar toch is de situatie niet helemaal dezelfde. Waarom zou je zo veel geld betalen voor een digitaal kunstwerk als je het toch gewoon kan bekijken op YouTube, zoals de Rainbow Cat? Misschien kan je het vergelijken met de Mona Lisa. Iedereen heeft het werk al wel eens gezien of zijn smartphone, op de televisie, of waar dan ook. En tóch schuiven duizenden mensen per jaar aan om het échte exemplaar eens te gaan bewonderen (wat voor velen tot een grote teleurstelling leidt als ze vaststellen hoe klein het schilderij werkelijk is). Gebeurt er iets gelijkaardigs bij NFT's? Iedereen kan de Rainbow Cat dan wel zien, maar 'ik heb de échte': het geeft een gevoel van exclusiviteit en geeft je een zekere status. Is hiermee werkelijk een nieuwe stap gezet in de kunstgeschiedenis? Of is het eerder een slimme commerciële truc om geld te verdienen door een vals gevoel van eigenaarschap te creëren bij gebruikers?


Big Tech wilt je jong houden – ook dat nog


Een groep wetenschappers start deze zomer met een ambitieus onderzoeksproject om het verouderingsproces van mensen af te remmen. Dit zullen ze proberen door afstervende menselijke cellen weer jong te maken. Opvallend: het onderzoeksteam wordt gesponsord door miljardairs uit Silicon Valley, het innovatieparadijs voor grote tech-bedrijven, waaronder Amazon.


Het is niet de eerste keer dat Silicon Valley geld pompt in anti-verouderingskuren. Al in 2013 investeerde Google 1 miljard dollar in een nieuw bedrijf genaamd Calico. Het bedrijf had als doel om het verouderingsproces bij muizen in kaart te brengen, ter inspiratie om ook menselijke veroudering beter te begrijpen. Ook Peter Thiel, mede-oprichter van PayPal, investeerde miljoenen om, naar eigen zeggen, het "90 jaar oud het nieuwe 50 jaar te maken". In 2016 lanceerde dan weer de start-up Unity Biotechnology, dat opnieuw meer dan 100 miljoen dollar binnenhaalde van o.a. Jeff Bezos, CEO van Amazon. Het bedrijf zou therapieën gaan ontwikkelen om mensencellen weerbaarder te maken tegen de "disease of ageing". Dit soort pogingen zie je steeds vaker terugkeren in hedendaagse science fiction boeken, series en films, waaronder Black Mirror ("San Junipero", 2016) en Altered Carbon: Resleeved (2020).


Waarom grote Big Tech-topmannen zo veel belang hechten aan anti-ageing is niet meteen duidelijk. Wat wel opvalt is dat 'ouder' worden hier wordt opgevat als een 'probleem' dat opgelost moet worden. In Silicon Valley taal: het is zoals een computerbug dat gefixt moet worden, of een code die gekraakt moet worden (zie uitspraken in The Guardian). Wat hier opduikt is een vorm van discriminatie die we vandaag niet zo vaak van horen: niet seksisme of racisme, maar wat de Engelsen noemen 'ageism', of 'leeftijdsdiscriminatie. In de westerse geschiedenis worden 'bejaarden' vaak beschouwd als passief, kwetsbaar, afhankelijk en zwak. Of dit nu terecht is of niet, laat ik even buiten beschouwing. Maar wat maakt dit dan tot een 'probleem'?


Het antwoord vinden we in het feit dat we nog steeds in een kapitalistische samenleving leven. Het kapitalisme is een economisch systeem waarin winstbejag het belangrijkste motief is. Het gevolg hiervan is dat mensen voornamelijk gewaardeerd worden op basis van hun bijdrage aan de economie. Oudere mensen worden vanuit deze gedachte dan ook aanzien als een vrij nutteloze groep, aangezien zij weinig productief zijn, weinig bijdragen aan de economie en zo een ‘last’ en grote kost vormen voor de samenleving. Wat de Big Tech bedrijven trachten te doen past goed binnen deze visie: ouder worden is een probleem, want het remt de productiviteit af. De oplossing: laten we stoppen met ouder worden.


Kunnen we ouderdom ook anders bekijken? We kunnen bijvoorbeeld beginnen bij de vaststelling dat niet alleen ouderen kwetsbaar zijn, maar dat wij allen, ongeacht leeftijd, gender, ras, kwetsbare wezens zijn. Of bedenk eens of er ook een unieke waarde kan schuilen in het ouder worden, bijvoorbeeld het opdoen van wijsheid, ervaring en inzicht in het leven. En zoals steeds is een filosofische vraag nooit veraf: leidt een langer leven noodzakelijk tot een beter leven?