Mythe #1:"Technologie zal ons redden"

‘Technologie zal ons redden.’ Dat klinkt niet zo gek, toch?


We horen het vandaag de dag in allerlei contexten. Mark Zuckerberg, oprichter en CEO van Facebook, bracht precies zo’n verhaal tijdens een hoorzitting van het Amerikaans Congres in 2018. Nadat bekend werd hoe Facebook op grote schaal misbruikt werd voor misinformatie, haatdragende boodschappen en ernstige privacyschendingen, kreeg Zuckerberg het hard te verduren. ‘Hoe zou hij deze uitdagingen te lijf gaan?’, klonk het. Het antwoord kan je ondertussen al raden: technologie zal dit oplossen! ‘In de toekomst zullen we de technologie hebben die dit soort problemen te lijf kan gaan’, verzekerde hij de congresleden.

Een jaar later hoorden we hetzelfde optimisme weerklinken in het Vlaams Parlement. In de septemberverklaring van 2019 riep Vlaams minister-president Jan Jambon uit: ‘dankzij technologie kunnen en zullen wij de klimaatuitdagingen aanpakken zonder de welvaart die onze ouders en grootouders hebben opgebouwd, af te breken’. Ook de coronacrisis bleef niet uit zonder technologische snufjes: de zogenaamde ‘corona-app’ zou hét reddingsmiddel worden om besmettingen in kaart te brengen en tegen te gaan.

Hm, zo eenvoudig bleek dat toch niet te zijn. Volgens journaliste Tine Hens zijn uitspraken zoals deze ‘dooddoeners’: ze leiden ons af van het échte probleem, namelijk onze omgang met technologie, met elkaar en met de wereld.


Nee, dat klinkt niet zo gek.


Maar, zal je misschien denken, technologie doet toch heel wat goeds voor onze samenleving en de maatschappij? Zou de hoop ons niet in de schoenen zakken zonder elektrische wagens, zonnepanelen en Artificiële Intelligentie die sneller medicijnen kan ontwikkelen dan we ooit hadden durven dromen? Wat is dan het probleem met te denken dat technologie ons zal redden?

Wat al deze uitspraken gemeen hebben, is dat ze voorbeelden zijn van ‘technologisch determinisme’. Dat is de overtuiging dat technologie dé sturende kracht is van de samenleving. Met andere woorden, technologie bepaalt hoe wij leven en hoe de maatschappij erop vooruitgaat. Dat is deels natuurlijk waar. Bedenk hoe erg de boekdrukkunst, en recenter de smartphone, ons leven diepgaand heeft veranderd. Je kan een tijdperk pas volledig begrijpen wanneer je ook begrijpt welke technologieën de samenleving mee gevormd hebben.

Deze overtuiging brengt dan ook heel vaak een soort van ‘tech-optimisme’ met zich mee. Dat is logisch, want als technologie dé allesbepalende kracht van de samenleving is, dan kan je technologie ook gebruiken om heel wat problemen in de samenleving op te lossen. Dan spreken we soms van ‘technologisch solutionisme’: de idee dat alle sociale en politieke problemen opgelost kunnen worden met technologie. Maar er is ook een keerzijde van de medaille. Het hoeft niet altijd rozengeur en maneschijn te zijn met die technologie. Want als technologie alles kan oplossen, kan het ook heel wat verpesten. Misschien heb je je ouders al eens horen zeggen: ‘ach, die smartphones, die maken jullie asociaal!’. Of: ‘pas op, die robots gaan de wereld nog eens overnemen!’.


Of was Zuckerberg te optimistisch?


Tijd om de mythe te ontkrachten. Een aanhanger van technologisch determinisme vergeet immers dat technologie nooit een eigen leven leidt. Het wordt gemaakt, gebruikt en misbruikt door mensen. Daarom hebben sociale problemen en conflicten niet altijd een louter technologische oplossing. Mensen gebruiken technologie namelijk op heel verschillende manieren. En vaak heeft dit veel te maken met de lokale politieke, economische en culturele context waarin ze leven.

Denk aan die veelbelovende corona-app die alle besmettingen in kaart zou moeten brengen en zo mensen veilig moest stellen van virale broeihaarden. Al snel bleek dit optimisme op een serieuze grens te botsen: zo’n app werkt natuurlijk alleen maar goed wanneer iédereen – of toch bijna iedereen – die installeert én die dan nog eens op een goede en eerlijke manier gebruikt. Technologische oplossingen kunnen dus nooit autonoom werken. Ze moeten vaak gepaard gaan met het opbouwen van sociale praktijken en vertrouwensrelaties vooraleer de techniek zijn werk kan doen.

Een ander voorbeeld: heel wat onderzoekers zijn vandaag de dag bezig met het ontwikkelen van ‘slimme bots’ die cyberpesten op sociale media kunnen detecteren en bestrijden. Dat doen ze door bepaalde woorden of symbolen in het systeem te steken, zodat ze vormen van cyberpesten sneller kunnen vinden. Waar onderzoekers steeds op botsen, echter, is dat taal heel contextueel gebonden is. Je zal misschien ook op sociale media je vrienden eens uitmaken voor ‘idioot’ of ergere dingen zonder dat je het echt meent. Is dit dan ook cyberpesten? Een AI-systeem kan dit niet beoordelen, omdat het context mist. Bovendien merken onderzoekers dat mensen allerlei creatieve manieren vinden om haat te verspreiden online. Dat kan via emoji’s, maar ook via stiekem afgesproken codewoorden om iemand te beledigen. Zo ben je een ‘slimme bot’ algauw te slim af.


Nog een laatste om het af te leren: dé grote vrees dat robots binnenkort onvermijdelijk de wereld gaan overnemen en we als mens niets meer in de pap te brokken zullen hebben. Deze vrees negeert opnieuw het feit dat robots en Artificiële Intelligentie ook door mensen gemaakt worden. Een technologisch systeem heeft immers geen eigen ‘wil’ of ‘verlangens’, het doet gewoon wat we zeggen dat het moet doen. En gelukkig maar! Want dat geeft ons als mens de mogelijkheid om een ongewenste toekomst – met kwaadwillige robots – een halt toe te roepen.


In welke richting gaat de pijl?


De bovenstaande voorbeelden tonen de grenzen van technologisch determinisme. Technologie is nooit autonoom en hangt altijd af van hoe mensen het gebruiken. Technologie kan een reddingsmiddel zijn, maar de oplossing staat of valt met hoe mensen ermee omgaan. Om deze reden zeggen sommigen dat we de pijl moeten omkeren. Technologie bepaalt niet de samenleving; het is de samenleving die de technologie bepaalt! In dit geval spreken we van sociaal constructivisme.

Tijd om zelf aan de slag te gaan. Wat denk jij? In welke pijl gaat de richting, volgens jou? Bepaalt technologie ons leven, of eerder omgekeerd? Of is het allemaal niet zo zwart-wit?