Zonder telefoon kan ik niet leven

Juni 2014. Met zomerse temperaturen probeer ik alle leerstof voor mijn examen anatomie in mijn zwetende hoofd te krijgen. De continue vragen in de Facebookgroep ‘studenten verpleegkunde’ doen mijn gsm als een discolicht te keer gaan. Ik verlies mijn focus om de seconde en voor ik het weet scrol ik door te vragen. Ik word er niet echt wijzer van. Uit pure noodzaak ga ik mijn gsm in de badkamer leggen. Ik plaats hem op de wasmand en verlaat de badkamer. Een uur is voorbij en mijn moeder komt naar boven om de was in de wasmachine te steken. Nadat ze haar weg neerwaarts is gestart, ga ik naar de badkamer. Ik vind mijn gsm nergens. Ik schiet in paniek. Ik zweet nog harder dan daarvoor en mijn hart bonst zichtbaar hard. Ik verschuif de wasmand en zie mijn telefoon. Oef! Ik raap hem op en zie dat er een enorme barst in mijn scherm zit. Erger, ik krijg mijn telefoon niet meer opgestart. Mijn woede uit zich in een huilbui. De volgende gedachten schieten door mijn hoofd: al mijn foto’s en mijn herinneringen zijn weg, wat als iemand mij nodig heeft, wie gaat mij morgen wekken, ik ben al mijn nummers kwijt, al mijn notities zitten in de virtuele vuilbak …. Ik voel me plots heel alleen. In de steek gelaten. Alsof er een deel van mijn identiteit ongrijpbaar en onbereikbaar is geworden.


Ondertussen weet ik wel beter. Van belangrijke dingen maak ik een back up in de virtuele wereld. Maar ik betrap mezelf er wel eens op dat ik me ongemakkelijk voel als ik mijn telefoon even niet vind of hem ergens vergeten ben. Ik voel me dan niet compleet. Deze vreemde gevoelens deden me op onderzoek uitgaan. In dit artikel wil ik jullie een verklaring geven voor dit gekende en vaak voorkomende fenomeen en jullie enkele tips geven om er zinvol mee om te gaan.


Nomofobie it is


De angst die ik hierboven schetste wordt ook wel ‘nomofobie’ genoemd. Het is afgeleid van het Engelse woord ‘nomophobia’ en is een samentrekking van no-mobile-phone phobia. Het woord verwijst naar de angst om zonder telefoon te zitten, hem niet meer te vinden of erger hem kwijt te zijn. Hoewel mijn anekdote een andere angst lijkt te belichten komt ze eigenlijk op hetzelfde neer. Wanneer we onze telefoon niet bij de hand hebben, stijgt ons stressniveau. We voelen ons afgesloten van de ander en de wereld. In het diepste van onze kern ervaren we een gevoel van incompleetheid.

Hoe komt dit? Psychologen en experts hebben zich al vaak gebogen over dit fenomeen en komen tot de algemene conclusie dat de smartphone vandaag ervaren wordt als een verlengstuk van onze identiteit. In het boek ‘Afkicken van de smartphone’ van Thibaud Dumas wordt deze relatie op een pijnlijk realistische wijze duidelijk:

‘Tap, Swap of klik … we hebben een bijna vleselijke band met onze telefoon. We raken hem aan, praten ertegen, dragen hem, hij ligt naast ons op het nachtkastje, zit in onze handtas, onze jas- of broekzak, ligt op ons bureau en gaat mee uit eten in een restaurant. Hij bevat al onze contacten, de gegevens van onze naasten, onze gesprekken, van de meest formele tot de intiemste, al onze persoonlijke foto’s en filmpjes.’

Geen wonder dat we zonder dat toestel een beetje verloren lopen. Je draagt bijna letterlijk een deel van je identiteit in je hand. Maar, gaat dit niet allemaal wat te ver? Kunnen we die opgeslagen data van ons persoonlijke leven echt vergelijken met een deel van onze identiteit? En geven we op die manier niet te veel van onze eigenheid af aan een toestel? Allemaal terechte vragen, maar waar maar weinig concrete antwoorden voor zijn.


Het interessante is dat hoewel we allemaal weten dat de smartphone zo aanwezig is in ons leven, we ons er bijvoorbeeld niet bewust van zijn hoe we in de loop van de dag omgaan met dit toestel. We onderschatten ons gebruik omdat het gebruik verspreid is over meerdere vaak kleine momenten doorheen de dag. De optelsom van deze momenten resulteert in uren smartphone-gebruik. In 2019 spendeerden we gemiddeld zo’n 3,5u per dag op onze telefoon en experts voorspellen dat dit in de toekomst nog meer zal stijgen.


De vraag bij uitstek is natuurlijk: is het erg dat je smartphone een verlengde is van je identiteit? Je zou kunnen stellen dat de smartphone er net voor gezorgd heeft dat we makkelijker met onze identiteit kunnen experimenteren en we socialer zijn geworden. Echter wijst onderzoek uit dat de meerderheid net onzekerder is geworden over zijn identiteit en we net asocialer geworden zijn. In het voorgaande artikel ‘Negeer je telefoon in plaats van mensen’, vertelde ik al over het fenomeen ‘phubbing’, dat een negatieve impact heeft op onze sociale relaties. Ik vermoed dat het antwoord hier ergens in het middel ligt. Zolang jouw telefoon gebruikt wordt als een middel om bijvoorbeeld persoonlijke informatie op te slaan, is er niets aan de hand. Van zodra je jouw telefoon nodig hebt om jezelf te zijn en hij dus echt een noodzakelijk onderdeel wordt van je identiteit staat er toch iets op het spel. Je beschouwt dat toestel al iets dat een doel op zich is, namelijk als een deel van jouw identiteit. Jezelf afhankelijk opstellen van een apparaat dat je voortdurend zegt wie je bent en hoe jij moet leven kan niet gezond zijn. Hieronder geef ik enkele tips om een iets onafhankelijkere relatie op te bouwen met je telefoon.


Gezonde nomofoob in wording


Ik denk persoonlijk dat het belangrijkste inzicht is: zie je telefoon niet langer als een verlengstuk van jezelf. Op die manier ga je jouw eigen identiteit minder afhankelijk maken van iets dat buiten jezelf ligt. Het is belangrijk dat je bij het construeren van je identiteit ook naar je eigen antwoorden durft te luisteren zonder afleiding van schreeuwende apps en websites die je voorschrijven wie je bent of moet zijn. Uiteraard is dit slechts een bewustwordingsproces en geeft dit je weinig richting in hoe je jezelf dan distantieert van je smartphone. Daarom geef ik hieronder enkele tips die voor mezelf zeer waardevol geweest zijn.

Tip 1: Vorm een reëel beeld van je relatie met je smartphone


Dit haalde ik eerder al aan. We hebben er vaak geen idee over hoeveel tijd we dagelijks spenderen aan de digitale wereld. Wanneer je dit even in kaart brengt door te kijken naar jouw gemiddelde schermtijd per dag, kan dat al veel voor je ophelderen. Je kan meteen aanvoelen of je hier iets aan wil veranderen of niet.


Tip 2: Neem de controle terug over


Wanneer je smartphone te veel kostbare tijd van je vraagt die je liever ergens anders in zou willen investeren, probeer dan limieten in te stellen op het gebruik van je smartphone.

Schakel je telefoon bijvoorbeeld eens uit op de momenten dat jij echt tijd in iets of iemand anders wil steken. Laat je telefoon eens wat vaker thuis als dat mogelijk is. Je zult je veel vrijer voelen. Het gevoel onbereikbaar te zijn, beangstigd jou misschien, maar eens je merkt dat deze angst niet reëel is kun je echt genieten van die tijd zonder.

Trek de wijde wereld in en maak terug echt contact met mensen. Zie het als een experiment en een spel om jouw sociale capaciteiten te ontwikkelen.


Tip 3: Werk aan de relatie met jezelf


Wanneer je de digitale wereld even de mond snoert, kan het zijn dat je overvallen wordt door het gevoel van stilte. Je voelt je ongemakkelijk en weet niet goed wat je met je vrije tijd moet doen. Je hebt misschien zelfs de drang om je computer open te slaan, iets op te zoeken op je ipad of zelfs je smartphone te grijpen en het op te geven. Door de voortdurende prikkels van de digitale wereld is ons brein het gewend geworden om afgeleid te zijn. Het is best normaal dat we dus moeite hebben om met onszelf te zijn en niets te doen. Daarom stel ik ook voor om deze tijd voor jezelf stelselmatig op te bouwen. Probeer eerst eens een uur voor je gaat slapen je telefoon uit te schakelen. Bouw het dan op naar een halve dag in de week, een dag, meerdere dagen, … tot jij de weg naar jezelf weer gevonden hebt en je niet langer het gevoel hebt die smartphone nodig te hebben om te weten wie je bent en waar je naartoe wil in dit leven.


Laat verveling toe. In tijden van voortdurende afleiding kan verveling echt vervelend zijn, maar zie het als een uitdaging, een herbronning of een zoektocht naar jezelf. Weet dat je brein deze momenten van verveling nodig heeft om dingen te verwerken en je creativiteit weer te laten vloeien. Dit heeft natuurlijk tijd nodig, dus gun jezelf ook tijd om te wennen aan deze welverdiende digitale rust.


Tot slot: waar het vooral om draait is dat je een gezonde relatie aangaat met de digitale wereld. De Australische Psycholoog Jocelyn Brewer verwoordt dit zo mooi in The 3m’s of Digital Nutrition:

Mindful – Gebruik je smartphone bewust

Meaningful – Wat doe je met je smartphone en waarom heb je hem nodig

Moderate – Laat je smartphone je leven niet overnemen en beperk het gebruik ervan