To post or not to post?

Zou ik deze foto posten? En met welk tekstje?

Zou ik dit protestfilmpje retweeten of niet?

Schrijf ik in mijn bio #BlackLivesMatter?

Je werd vast wel eens geconfronteerd met dit soort vragen. We zien elke dag honderden, zo niet duizenden berichten, foto’s en filmpjes passeren op sociale media. Je buurvrouw die een filmpje post over de klimaatopwarming, die oude kennis die een foto post van zijn geweldige vakantie, of die acteur waar je naar opkijkt die wat schrijft over #BodyPositivity. Het lijkt soms alsof iedereen precies weet hoe ze moeten omgaan met sociale media. De berichten die je ziet passeren op je tijdlijn zijn vaak populair en geven je de indruk dat de personen in je netwerk hun leven helemaal op orde hebben: ze gaan uit met vrienden, ze delen oproepen om vermiste personen te zoeken en ze geven sterke kritieken op het huidige coronabeleid.

Maar wat doe jij dan? Het gevoel kan je wel eens overspoelen dat je zelf niet veel lijkt te doen om die vermiste persoon terug te vinden, of het klimaatakkoord te bekritiseren, of gewoon om die ene jarige in de bloemetjes te zetten op sociale media. Dit soort ervaringen creëert veel onrust, of in het Engels: ‘anxiety’. Volgens schrijfster Naomi Shimada is er een sterk verband tussen sociale media en dat soort onrust. Apps zoals Facebook, Twitter en Instagram triggeren tal van vragen over jezelf, wie je bent en wat je doet, maar vooral: over wat je toont. Online zie je immers niet wat mensen voortdurend aan het doen zijn, of wie ze ‘écht’ zijn, maar uitsluitend datgene wat ze besluiten te delen met hun netwerk. Als je dat niet altijd in je achterhoofd houdt, dan krijg je misschien het ongemakkelijke gevoel dat je relaties, je carrière, je persoonlijke ontwikkeling of je uiterlijk niet kan tippen aan dat van diegenen die je volgt online.

Deze gevoelens beschrijft Shimada in haar boek, getiteld Mixed feelings: exploring the emotional impact of our digital habits (2019). Ze toont hoe sociale media iets heel wezenlijks van ons mens-zijn aan de oppervlakte brengt, namelijk: het verlangen naar erkenning. Dit verlangen wordt op heel nauwkeurige wijze gestuurd door hoe sociale mediaplatformen ontwikkeld zijn. Taina Bucher, professor mediastudies aan de Universiteit van Copenhagen, observeerde hoe het algoritme van Facebook een zeer specifieke onrust opwekt bij gebruikers. Ze noemt dit de ‘dreiging om onzichtbaar te worden’. Dat werkt als volgt: op sociale media is niet iedereen even zichtbaar. Vooral personen die veel posten en delen, en die daarvoor ‘beloond’ worden met likes, volgers en retweets, verschijnen als eerste op jouw tijdlijn. Hierin schuilt een subtiele regel: als je zichtbaar wilt zijn, dan moet je meedoen met het spel (lees: veel posten, veel likers aantrekken, enz.). Doe je dat niet, dan dreig je ‘bestraft’ te worden met onzichtbaarheid online. Voor sommige vrienden zal het misschien wel lijken alsof je niets meer post, of zelfs niets meer doet in het echte leven.

“We posten vaak over datgene waarnaar we verlangen.”

Hoe ga je nu met deze druk om? Shimada lijst in haar boek enkele tips op om die onnodige stress en druk te vermijden. Eerst en vooral kan je jezelf de vraag te stellen waarom je die druk voelt: waarom voel ik me zo? Hierbij is het belangrijk te beseffen dat je bestaan in deze wereld en wie je daarin bent als persoon niet louter afhangt van hoe je op sociale media verschijnt. Ten tweede kan je je afvragen waarom je dit of dat precies wilt delen op sociale media. Waarom dit? Waarom nu? Waarom op dit platform? En met wie wil ik het delen? Ten derde kan je nagaan of er andere en betere manieren zijn om te delen wat je wilt en met wie je wilt. Is Twitter het gepaste medium om een foto van je kerstfeestje te posten, of om een gesprek te starten over genderongelijkheid op het werk? Welk doel hoop je daarmee te bereiken en zal een tweet je daarbij helpen?

Laten we er een voorbeeld bij nemen. In juni postten maar liefst 28 miljoen Instagram-gebruikers een zwart vierkant op hun profiel met de hashtag #BlackoutTuesday. Dit deden velen naar aanleiding van de moord op George Floyd als protest tegen politiegeweld tegen leden van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Je zat misschien toen al met de vraag: zal ik dit ook posten of niet? Het boek van Shimada helpt je met zo’n vragen opweg. Begin opnieuw met de vraag: waarom voel ik de druk om dit te posten en wat wil ik ermee bereiken? Is het om de aanklacht tegen politiegeweld te steunen, of is het om mensen te laten denken dat ik me actief verzet tegen racisme? Durf jezelf eerlijk die vraag te beantwoorden. Volgens Shimada is het essentieel dat je van zo’n momenten gebruik maakt voor zelfreflectie: welke rol speel ik in anti-racisme? Wat doe ik eraan in het dagelijkse leven? Reduceer dan je leven niet tot je digitale leven, maar bekijk ook het bredere plaatje. Stel daarna opnieuw de vraag: waarom wil ik dit delen? Waarom hier? En met wie? Helpt het de wereld vooruit? Met deze vragen help je wellicht alvast jezelf heel even vooruit.

Wil je meer? Kijk dan het interview met Naomi Shimada hieronder, of lees het boek!