top of page

Mythe #8: 'Het internet is grenzenloos'

Bij 'het internet' stellen velen zich een soort grenzeloze ruimte voor. De hele wereld staat in verbinding dankzij digitale computers. Fysieke afstanden spelen geen rol meer. Ze vormen geen drempel meer in het communiceren met mekaar, het consumeren van inhouden en het vergaren van informatie. Dat was ooit heel anders. We hoeven niet zo heel ver terug in de tijd te gaan om vast te stellen dat mensen voor de digitale revolutie nog heel sterk afhankelijk waren van hun de plekken en mensen die men aantrof in hun nabije fysieke omgeving. Vele zogenaamde 'boomers' groeiden op in een omgeving waar ze naar school gingen, werk vonden en wie weet ook een partner voor het leven. Vandaag kunnen we dankzij het internet overal – althans virtueel – heen om dingen op te zoeken en mensen te ontmoeten. Het lijkt wel alsof we met het internet allemaal in een 'globaal dorp' zijn gaan beland.


De metafoor is ouder dan je zou denken. Reeds in 1964 gebruikte de Canadese filosoof Marshall McLuhan de term 'global village' om te verwachte impact van elektronische media te voorspellen. Dankzij de snelheid van (toen) nieuwe communicatiemiddelen die de ruimtelijke grenzen doen inkrimpen, zouden we allemaal meer betrokken geraken bij wat er zich afspeelt in andere delen van de wereld. We zouden zelfs allemaal ons meer bewust worden van onze verantwoordelijkheid ten opzichte van die andere gebieden op aarde. Tegelijk voorspelde hij ook dat er meer ruimte zou ontstaan voor sterke meningsverschillen, vanwege de grotere diversiteit aan mensen en perspectieven die samenkomt. In het tijdperk van Twitter en Instagram-live lijken de woorden van McLuhan profetisch. Wie zag niet de moord op George Floyd passeren op sociale media? En welke Twittergebruiker wordt niet bestookt met de polls van Elon Musk? Applicaties zoals Skype en Facetime laten toe real-time te praten met mensen over heel de wereld. Het lijkt wel gemakkelijker te zijn dan afspreken in een dorp.


Onder deze gedachten schuilt het idee dat 'het internet' functioneert als een eenvormige gedeelde ruimte waar iedereen toegang tot heeft en die niet de fysieke beperkingen heeft van andere omgevingen op aarde. Een gelijkaardig idee kwamen we al tegen in een vorige blogpost. Daarin leerden we wat 'digitaal dualisme' betekent: de gedachte dat online en offline twee aparte 'werelden' zijn. Deze gedachte is om verschillende redenen vandaag onhoudbaar.


Ten eerste is onze ervaring van het internet en sociale media vandaag sterk verweven met 'waar' we ons bevinden in de 'echte' wereld. In de jaren '90 stond het internet nog niet zo ver, maar dankzij locatievoorzieningen die we allemaal op onze smartphone hebben, weten algoritmes soms heel precies waar we zijn en welke inhoud relevant is voor ons. We ervaren daarom nooit 'het internet', maar altijd slechts een gepersonaliseerd segment daarvan. Als we dat niet onder ogen zien, dreigt het gevaar dat we in 'filterbubbels' terechtkomen.


Ten tweede blijft 'digitale verbondenheid' afhankelijk van fysieke materialen. De reden dat we (bijna) wereldwijd met mekaar in contact kunnen komen, is dat onderzeese glasvezelkabels internetverkeer tussen de verschillende continenten mogelijk maken. Helaas zijn niet alle werelddelen evengoed met mekaar verbonden. Dat wordt mede veroorzaakt door bestaande globale ongelijkheden. Zo is in vele landen de kost om toegang te krijgen tot het internet veel groter dan het gemiddelde maandloon. Hierdoor zijn vele gebieden in de wereld in de parktijk uitgesloten van de zogenaamde 'global village'.


Een interactieve kaart met alle onderzeese kabels die internetverkeer tussen continenten mogelijk maken, kan je raadplegen op https://www.submarinecablemap.com/.

Ten derde mogen we niet vergeten dat de toegang tot het internet nog vaak verleend of net ontnomen wordt door natiestaten. Denk aan Noord-Korea, waar enkel een kleine elite toegang heeft tot het Wereldwijde Web. Burgers kunnen in de plaats gebruik maken van 'Kwangmyong', een sterk gecensureerde en afgeschermde internetomgeving die beheerd wordt door de overheid. Ook in China zien we vormen van censuur. Platformen zoals Facebook en Wikipedia worden door de Chinese overheid geblokkeerd. Door dergelijke lokale politieke beperkingen ontstaan er steeds meer lokale digitale culturen, waarin eigen gebruiken ontstaan die ons vreemd zijn in West-Europa en Noord-Amerika. Zo lanceerde Chinees technologiebedrijf Tencent in 2011 de app WeChat, die een soort combinatie biedt van Facebook, Twitter en WhatsApp.


De overtuiging dat we met het internet toegang krijgen tot een 'globaal dorp' is niet langer houdbaar. Het internet is niet grenzeloos. Integendeel, onze ervaring en ons gebruik ervan wordt net heel sterk gevormd door de plek waarin we leven. Kunnen we dan zelfs nog spreken van zoiets als 'hét internet'?






Comments


bottom of page