Men Against Fire (Black Mirror): wat maakt de werkelijkheid zo werkelijk?

// Spoiler-alert: deze post bevat ontknopingen over de aflevering "Men against fire". //


In de Netflix-serie Black Mirror wordt in elke aflevering een dystopisch wereldbeeld getoond ten gevolge van digitalisering. In de aflevering ‘Men against fire’ (2016) volgen we Stripe, een soldaat in het leger dat jaagt op beestachtigen die zij ‘kakkerlakken’ noemen. Zij zouden slecht DNA hebben, waardoor ze meer kans hebben op genetische afwijkingen, een laag IQ en criminele neigingen. Het militaire doel is duidelijk: zoveel mogelijk kakkerlakken doden.

Op zijn eerste missie doodt Stripe meteen twee kakkerlakken en vindt hij een klein, compact voorwerp dat lijkt op een groene zaklamp. Hij schijnt het licht per ongeluk in zijn ogen en heeft sindsdien last van ernstige hoofdpijn en flitsende beelden. Toch verzekeren de dokters hem dat er niets mis is met zijn MASS-systeem, een hersenimplantaat dat is aangebracht bij aanvang van zijn militaire opdracht. Maar tijdens zijn tweede missie valt zijn implantaat volledig uit. Al zijn zintuigen komen terug en de kakkerlakken blijken gewoon mensen te zijn.

Wanneer hij terug aankomt bij de uitvalbasis, wordt hem het doel van het MASS-systeem uitgelegd. De implantaat moet ervoor zorgen dat de vijand wordt ontmenselijkt, zodat soldaten sneller de trekker overhalen. Ook krijgt Stripe een ouder videofragment te zien waarin hij de toestemming geeft om een implantaat in te brengen dat zijn waarneming beïnvloedt. Een ethische vraag over morele verantwoordelijkheid steekt hier meteen de kop op. In hoeverre is Stripe verantwoordelijk voor het doden van de vijand? Hoe ver reikt iemands verantwoordelijkheid als diegene is gemanipuleerd?

Naast deze ethische vraag roept de aflevering ook een aantal ontologische vragen op. Ontologische vragen zijn vragen met betrekking tot het 'zijn'. In dit geval: wordt de gemanipuleerde werkelijkheid een werkelijkheid op zich? Is de gemanipuleerde werkelijkheid van Stripe even werkelijk als de échte werkelijkheid? Of behoren die twee werkelijkheden tot één en dezelfde werkelijkheid?

Het onderscheid tussen de échte werkelijkheid en de gemanipuleerde werkelijkheid wordt (impliciet) intact gehouden doorheen de aflevering. Vooral de laatste scène speelt in op het verschil tussen de twee. In die scène staat Stripe in zijn soldaatuniforum voor zijn eigen huis waar zijn vrouw in woont. De zon staat laag en haar schaduw tekent zich af achter het raam. Vervolgens ziet de kijker een shot van hetzelfde huis, maar dan verwoekerd en onbewoond. Door die twee werkelijkheden te laten contrastheren met elkaar, worden twee werelden in de verf gezet: de werkelijke wereld en de gemanipuleerde versie ervan. Toch is zo’n dichotomie het bevragen waard. Want wat maakt dat de werkelijkheid echt is?

Deze filosofische vraag gaat al een lange traditie mee. Hij is op de kaart gezet door Descartes die sprak over de cartesiaanse nachtmerrie, de mogelijkheid dat we allemaal in een droom leven zonder het te weten. ‘Men against fire’ raakt niet alleen dit filosofisch probleem aan, maar gaat nog een denkstap verder: zou je ervoor kiezen om in een gemanipuleerde werkelijkheid te leven als dat kon? Of is de idee van de echte werkelijkheid jou te veel waard?